Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2017:2328

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 september 2017
Publicatiedatum
12 september 2017
Zaaknummer
14/06202
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 81 ROBestrijdingsmiddelenwet 1962
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering geldboete wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie

De zaak betreft een cassatieberoep van een Belgische rechtspersoon tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch over de invoer en aflevering van niet-toegestane bestrijdingsmiddelen in Nederland. De Hoge Raad beoordeelt onder meer de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro.

De Hoge Raad oordeelt dat de redelijke termijn in de cassatiefase is overschreden doordat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden en de uitspraak meer dan twee jaar na het instellen van het cassatieberoep is gedaan. Dit leidt tot vermindering van de opgelegde geldboete van € 20.000,- naar € 19.000,-, waarvan € 10.000,- voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

De overige middelen van cassatie worden verworpen omdat zij geen aanleiding geven tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad vernietigt het bestreden arrest uitsluitend voor zover het de hoogte van de geldboete betreft en bevestigt het arrest voor het overige.

Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de geldboete tot € 19.000,- waarvan € 10.000,- voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

Uitspraak

12 september 2017
Strafkamer
nr. S 14/06202 E
NA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, Economische Kamer, van 24 november 2014, nummer 20/001697-11, in de strafzaak tegen:
[verdachte 1], gevestigd te [plaats].

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.L. Baar, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft geconcludeerd tot vermindering van de opgelegde straf en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van het zesde middel

2.1.
Het middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.
2.2.
Het middel is gegrond. Voorts doet de Hoge Raad uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Een en ander brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde geldboete van € 20.000,-, waarvan € 10.000,- voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

3.Beoordeling van de overige middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

5.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde geldboete;
vermindert de geldboete in die zin dat deze € 19.000,- bedraagt, waarvan € 10.000,- voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is vastgesteld op 29 augustus 2017 en gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
12 september 2017.