Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het zesde middel
3.Beoordeling van de overige middelen
4.Slotsom
5.Beslissing
12 september 2017.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van een Belgische rechtspersoon tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch over de invoer en aflevering van niet-toegestane bestrijdingsmiddelen in Nederland. De Hoge Raad beoordeelt onder meer de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro.
De Hoge Raad oordeelt dat de redelijke termijn in de cassatiefase is overschreden doordat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden en de uitspraak meer dan twee jaar na het instellen van het cassatieberoep is gedaan. Dit leidt tot vermindering van de opgelegde geldboete van € 20.000,- naar € 19.000,-, waarvan € 10.000,- voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
De overige middelen van cassatie worden verworpen omdat zij geen aanleiding geven tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad vernietigt het bestreden arrest uitsluitend voor zover het de hoogte van de geldboete betreft en bevestigt het arrest voor het overige.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de geldboete tot € 19.000,- waarvan € 10.000,- voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.