ECLI:NL:HR:2017:2339

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 september 2017
Publicatiedatum
14 september 2017
Zaaknummer
17/01115
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in belastingzaak

De zaak betreft een cassatieberoep van belanghebbende tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor de jaren 2006 tot en met 2010, inclusief boetebeschikkingen en heffingsrente.

De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie beoordeeld op ontvankelijkheid en inhoud. Uit het oordeel blijkt dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen, omdat de belanghebbende onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.

Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Hiermee komt een einde aan de procedure in cassatie in deze belastingrechtelijke kwestie.

Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

15 september 2017
Nr. 17/01115
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z], België (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Arnhem-Leeuwardenvan 19 januari 2017, nrs. 16/00002 tot en met 16/00006, betreffende de aan belanghebbende voor de jaren 2006 tot en met 2010 opgelegde aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen, en de daarbij gegeven boetebeschikkingen en beschikkingen heffingsrente.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur‑Generaal – het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk verklaren.

2.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 15 september 2017.