ECLI:NL:HR:2017:2375

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 september 2017
Publicatiedatum
14 september 2017
Zaaknummer
16/02620
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatie in schadebeperkingsplichtzaak tegen KPN

In deze zaak stond een aansprakelijkheidsprocedure centraal waarin eiser schadevergoeding vorderde van KPN. Na eerdere vonnissen van de rechtbank ’s-Gravenhage en arresten van het gerechtshof Den Haag, werd het geschil uiteindelijk aan de Hoge Raad voorgelegd via cassatie.

Eiser stelde dat het hof ten onrechte zijn vorderingen had afgewezen, met name met betrekking tot de schadebeperkingsplicht. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van eiser beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie. Daarbij werd verwezen naar artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, waardoor geen nadere motivering noodzakelijk was.

De Hoge Raad bevestigde daarmee het arrest van het gerechtshof en veroordeelde eiser in de proceskosten van het cassatiegeding. Dit arrest werd uitgesproken door de vice-president en vier raadsheren, in aanwezigheid van partijen en hun advocaten.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bekrachtigt het arrest van het gerechtshof.

Uitspraak

15 september 2017
Eerste Kamer
16/02620
LZ/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser],
wonende te [woonplaats], Duitsland,
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. J.H.M. van Swaaij,
t e g e n
KPN B.V.,
gevestigd te Den Haag,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. K. Teuben.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en KPN.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 315990/HA ZA 08/2386 van de rechtbank ’s-Gravenhage van 24 februari 2010, 5 januari 2011, 1 juni 2011 en 25 april 2012;
b. de arresten in de zaak 200.116.152/01 van het gerechtshof Den Haag van 18 december 2012 en 12 januari 2016.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof van 12 januari 2016 heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld.
De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
KPN heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor [eiser] mede door mr. J.M. Moorman.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 23 juni 2017 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van KPN begroot op € 6.590,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, G. de Groot, T.H. Tanja-van den Broek en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
15 september 2017.