Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.De bestreden uitspraak
3.Beoordeling van het eerste middel
4.Beoordeling van het tweede middel
5.Slotsom
6.Beslissing
19 september 2017.
Hoge Raad
De verdachte werd door het Hof Amsterdam veroordeeld voor belaging, bedreiging met een misdrijf tegen het leven en bedreiging met zware mishandeling, met een gevangenisstraf waarvan een deel voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden, waaronder een contactverbod met twee personen en hun relaties.
De Hoge Raad oordeelt dat de bijzondere voorwaarde die contact met 'relaties van' de genoemde personen verbiedt, onvoldoende precies is geformuleerd en daarmee in strijd is met artikel 14c, tweede lid, sub 14° van het Wetboek van Strafrecht. Deze voorwaarde wordt daarom vernietigd voor zover zij betrekking heeft op deze relaties.
Daarnaast vernietigt de Hoge Raad het bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden en het reclasseringstoezicht, omdat het Hof niet voldoende heeft gemotiveerd dat aan de voorwaarden van artikel 14e, eerste lid, Sr is voldaan. De Hoge Raad doet de zaak zelf af en verwerpt het beroep voor het overige.
Uitkomst: Contactverbod voor relaties van aangevers en bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid worden vernietigd wegens onvoldoende precisie en motivering.