Belanghebbende, een concern bestaande uit meerdere vennootschappen waaronder een BV die theelichtjes vervaardigt en verhandelt, betaalde geen verpakkingenbelasting over de aluminium cups en pithouders van de theelichtjes over de jaren 2008-2012. De Inspecteur legde naheffingsaanslagen op omdat hij deze onderdelen als verpakkingen kwalificeerde.
Het Hof Amsterdam oordeelde dat de aluminium cup viel onder de uitzondering van het begrip verpakking in de Wet belastingen op milieugrondslag, omdat de cup integraal deel uitmaakt van het theelichtje en nodig is voor het gebruik ervan. De pithouder werd niet als verpakking aangemerkt omdat deze onderdeel zou zijn van de cup.
De Hoge Raad stelt dat het Hof een onjuiste rechtsopvatting heeft gehanteerd. Volgens de Europese Verpakkingenrichtlijn moet een artikel dat wordt uitgezonderd integraal deel uitmaken van het product en samen met het product worden gebruikt, verbruikt of verwijderd. Omdat de cup na het opbranden van de kaars overblijft en apart wordt weggegooid, voldoet deze niet aan de uitzondering. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest en verwijst de zaak naar het Hof Den Haag voor verdere behandeling.