ECLI:NL:HR:2017:243

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 februari 2017
Publicatiedatum
15 februari 2017
Zaaknummer
16/03431
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt toepassing Nederlandse verjaringsregels bij tenuitvoerlegging buitenlandse straf

De zaak betreft een cassatieberoep van een veroordeelde tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland inzake de tenuitvoerlegging van een Bulgaarse gevangenisstraf. Bulgarije had verzocht om overdracht van de tenuitvoerlegging van een vonnis uit 1992, waarbij de veroordeelde was veroordeeld tot 17,5 jaar gevangenisstraf.

De Nederlandse rechtbank verleende in 2016 verlof tot tenuitvoerlegging en legde een gevangenisstraf op van 826 dagen, waarvan 720 voorwaardelijk. Tijdens de cassatieprocedure werd aangevoerd dat het recht tot tenuitvoerlegging volgens Bulgaars recht was verjaard.

De Hoge Raad oordeelt dat het recht tot tenuitvoerlegging beoordeeld moet worden naar het recht van de staat van tenuitvoerlegging, hier Nederland. Volgens de Nederlandse verjaringsregels is het recht tot uitvoering van de straf niet verjaard. Het cassatieberoep faalt dan ook en wordt verworpen.

De Hoge Raad benadrukt dat op de tenuitvoerlegging van de bestreden uitspraak het Nederlandse recht van toepassing is, waaronder de verjaringsregels. Er is geen reden om de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen. Het beroep wordt derhalve verworpen.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen omdat het recht tot tenuitvoerlegging volgens Nederlands recht niet is verjaard.

Uitspraak

14 februari 2017
Strafkamer
nr. S 16/03431 W
SG/CeH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Groningen, van 22 juni 2016, nummer 18/810045-10, omtrent een verzoek van de Republiek Bulgarije tot overname van de tenuitvoerlegging van een rechterlijke beslissing tegen:
[veroordeelde], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1961.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de veroordeelde. Namens deze heeft R.P. Snorn, advocaat te Heerenveen, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Slotsom

Nu de middelen niet tot cassatie kunnen leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen. Daarbij heeft de Hoge Raad in aanmerking genomen dat op de tenuitvoerlegging van de bestreden uitspraak het Nederlandse recht, waaronder de Nederlandse verjaringsregels, van toepassing is en dat ingevolge die regels het recht tot uitvoering van de door Rechtbank opgelegde straf niet door verjaring is vervallen.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
14 februari 2017.