ECLI:NL:HR:2017:2449

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 september 2017
Publicatiedatum
22 september 2017
Zaaknummer
16/04390
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt vaststelling hogere schadeloosstelling bij onteigening

In deze zaak staat de vaststelling van de schadeloosstelling bij onteigening centraal. De rechtbank Zeeland-West-Brabant had een hogere schadevergoeding vastgesteld dan de deskundigen hadden geadviseerd. De Gemeente Oosterhout stelde hiertegen beroep in cassatie in, terwijl de verweerders incidenteel cassatieberoep instelden met gelijke klachten als in een gerelateerde zaak.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen van de rechtbank en bevestigt dat de klachten in cassatie niet leiden tot vernietiging van het vonnis. De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank voldoende gemotiveerd heeft waarom de hogere schadeloosstelling is vastgesteld, en dat dit niet in strijd is met artikel 81 lid 1 RO Pro.

Beide beroepen worden verworpen en partijen worden in de kosten veroordeeld, waarbij de Gemeente de kosten aan de zijde van de verweerders moet vergoeden en de verweerders nihil kosten aan de zijde van de Gemeente. De uitspraak bevestigt de rechtsgeldigheid van de schadeloosstelling zoals vastgesteld door de rechtbank.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de hogere schadeloosstelling vastgesteld door de rechtbank.

Uitspraak

22 september 2017
Eerste Kamer
16/04390
TT/AR
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
GEMEENTE OOSTERHOUT,
zetelende te Oosterhout,
EISERES tot cassatie, verweerster in het incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. J.F. de Groot,
t e g e n
1. [verweerder 1],
wonende te [woonplaats],
2. [verweerder 2],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie, eisers in het incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. D.Th.J. van der Klei.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de Gemeente en [verweerder] c.s.

1.Het geding in feitelijke instantie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de vonnissen in de zaak C/02/275959/HA ZA 14-50 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 19 februari 2014, 19 maart 2014, 2 juli 2014 en 15 juni 2016 verbeterd bij herstelvonnis van 3 augustus 2016.
Het vonnis van de rechtbank van 15 juni 2016 is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het vonnis van de rechtbank van 15 juni 2016 heeft de Gemeente beroep in cassatie ingesteld. [verweerder] c.s. hebben incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het principaal en het incidenteel cassatieberoep.
De advocaat van de Gemeente en de advocaat van [verweerder] c.s. hebben ieder bij brief van 30 juni 2017 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Nu de middelen en het verweer in het incidentele beroep gelijk zijn aan de middelen en het verweer in het cassatieberoep met zaaknummer 16/04403 en in die zaak een kostenveroordeling wordt uitgesproken, zullen de kosten van dit incidentele beroep worden begroot op nihil.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
in het principale beroep:
verwerpt het beroep;
veroordeelt de Gemeente in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op € 396,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris;
in het incidentele beroep:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [verweerder] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vice-president C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, G. de Groot, T.H. Tanja-van den Broek en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
22 september 2017.