ECLI:NL:HR:2017:2465

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 september 2017
Publicatiedatum
25 september 2017
Zaaknummer
16/03901
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep wegens onvoldoende motivering bewijswaardering in bedreiging, diefstal en mishandeling

De verdachte, geboren in 1990, stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 28 juli 2016 in een strafzaak betreffende bedreiging, gekwalificeerde diefstal en mishandeling. De advocaat van verdachte diende middelen van cassatie in, waarop de Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping.

De Hoge Raad oordeelde dat het hof had nagelaten duidelijk te maken welk bewijs de verklaringen van getuige A ondersteunde en waarom het geen waarde hechtte aan de ontlastende verklaring van getuige B. Desondanks leidde dit niet tot cassatie, omdat de middelen geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen.

Het beroep werd derhalve verworpen, waarbij de Hoge Raad het arrest van het hof bevestigde. De uitspraak werd gedaan door de vice-president van Schendel, met raadsheren Buruma en Van den Brink, op 26 september 2017.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitspraak

26 september 2017
Strafkamer
nr. S 16/03901
ABO
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 28 juli 2016, nummer 22/001571-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft I.A. Groenendijk, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
26 september 2017.