Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3. Beslissing
26 september 2017.
Hoge Raad
De zaak betreft een 15-jarige verdachte die werd verdacht van poging tot doodslag op een medescholier door hem op school met een kappersscheermes in de hals te snijden. Na een arrest van het Gerechtshof Den Haag werd door de verdachte cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit omdat de verdachte klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal heeft de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk verklaard. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 26 september 2017.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte werd niet-ontvankelijk verklaard.