Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
26 september 2017.
Hoge Raad
In deze zaak stond centraal de vraag of het Openbaar Ministerie (OM) niet-ontvankelijk moest worden verklaard in zijn vervolging van verdachte omdat deze geen gehoor had gegeven aan een besluit van het CBR tot onderzoek naar rijgeschiktheid. Dit onderzoek kon resulteren in deelname aan het alcoholslotprogramma.
De verdachte was in hoger beroep veroordeeld door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het geschil betrof de samenloop van het strafrechtelijke traject en het bestuursrechtelijke traject rondom de ongeldigverklaring van het rijbewijs. Het OM stelde zich ontvankelijk op, terwijl de verdediging betoogde dat het OM niet ontvankelijk was wegens strijd met artikel 68 Sr Pro.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat de enkele mogelijkheid van een latere oplegging van deelname aan het alcoholslotprogramma niet leidt tot niet-ontvankelijkheid van het OM. Het middel van cassatie werd verworpen zonder nadere motivering, omdat het geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatte. De Hoge Raad wees het beroep van verdachte af en handhaafde daarmee de ontvankelijkheid van het OM.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat het OM ontvankelijk blijft in de strafvervolging ondanks mogelijke oplegging van het alcoholslotprogramma.