ECLI:NL:HR:2017:2504

Hoge Raad

Datum uitspraak
29 september 2017
Publicatiedatum
28 september 2017
Zaaknummer
17/02408
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in AOW-zaak

In deze zaak heeft belanghebbende beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep betreffende besluiten van de Sociale verzekeringsbank op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW).

De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie beoordeeld op ontvankelijkheid en inhoud. De klachten van belanghebbende werden als onvoldoende gegrond beschouwd om behandeling in cassatie te rechtvaardigen. Dit omdat belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang had bij het cassatieberoep of omdat de klachten niet tot cassatie konden leiden.

Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Het arrest is op 29 september 2017 in het openbaar uitgesproken door de raadsheren Wortel, Groeneveld en Beukers-van Dooren.

Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang en gebrek aan cassatiegronden.

Uitspraak

29 september 2017
Nr. 17/02408
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Centrale Raad van Beroepvan 21 april 2017, nrs. 16/6634 AOW en 16/6635 AOW, op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank Gelderland (nrs. 15/5150 en 15/6166) betreffende besluiten van de Sociale verzekeringsbank ingevolge de Algemene Ouderdomswet.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur‑Generaal – het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk verklaren.

2.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 29 september 2017 .