Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
3 oktober 2017.
Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor medeplegen van hennepteelt, gekwalificeerde diefstal en het voorhanden hebben van een enkelloops kogelgeweer. Tegen dit arrest stelde de verdachte cassatieberoep in bij de Hoge Raad, waarbij klachten werden geuit over de afwijzing van een voorwaardelijk getuigenverzoek en het bewijs van de overtreding van artikel 26.1 van de Wet wapens en munitie.
De Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het cassatieberoep. De raadsman van de verdachte reageerde schriftelijk op deze conclusie. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was, omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Het arrest werd gewezen door de vice-president van Schendel als voorzitter en de raadsheren Buruma en van Strien, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 3 oktober 2017. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee het arrest van het gerechtshof in stand bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof blijft in stand.