Uitspraak
1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
2.De aanvraag tot herziening
3.Bewezenverklaring en strafbaarheid van de aanvraagster
4.Beoordeling van de aanvraag
5.Beslissing
3 oktober 2017.
Hoge Raad
De zaak betreft een verzoek tot herziening van een moordveroordeling uit 2014, waarbij de verdachte werd veroordeeld tot twaalf jaar gevangenisstraf. De aanvraag tot herziening baseert zich op nieuwe psychiatrische rapporten die stellen dat de verdachte ten tijde van het delict verminderd toerekeningsvatbaar was door een dissociatieve stoornis en acute stress.
De rechtbank had eerder uitgebreid onderzoek gedaan, waaronder rapporten van ambulante deskundigen en een onderzoek in het Pieter Baan Centrum, die tot de conclusie kwamen dat de verdachte volledig toerekeningsvatbaar was. De nieuwe rapporten van Winter en Van Hoecke stellen een andere interpretatie voor, met een nadruk op posttraumatische stressstoornis en acute stressstoornis, die mogelijk tot vermindering van toerekeningsvatbaarheid leiden.
De Hoge Raad overweegt dat een nieuw deskundigenbericht slechts als grond voor herziening kan dienen indien het een ernstig vermoeden wekt dat het onderzoek anders had moeten uitvallen. De enkele omstandigheid dat deskundigen de feiten anders wegen dan de rechtbank is onvoldoende. De rechtbank heeft de toerekeningsvatbaarheid uitvoerig gemotiveerd vastgesteld en de nieuwe rapporten bieden geen zodanig ernstig vermoeden dat tot vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging had moeten worden besloten.
Daarom wordt het verzoek tot herziening afgewezen en blijft de veroordeling van twaalf jaar gevangenisstraf in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het verzoek tot herziening af en bevestigt de veroordeling tot twaalf jaar gevangenisstraf wegens moord.