Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
3 oktober 2017.
Hoge Raad
In deze zaak stond een verkeersongeval centraal waarbij een passagier in het door verdachte bestuurde motorrijtuig om het leven kwam. Verdachte werd vervolgd voor overtreding van artikelen 6, 7 en 163 van de Wegenverkeerswet 1994. Na behandeling door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden werd het arrest van 23 februari 2016 aangevochten in cassatie door verdachte.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geconcludeerd dat het middel niet tot cassatie kan leiden. Dit oordeel werd genomen zonder nadere motivering, omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De klacht over de strafmotivering werd als falend beoordeeld.
Het arrest werd uitgesproken door de Strafkamer van de Hoge Raad op 3 oktober 2017, waarbij de vice-president J. de Hullu als voorzitter en raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers aanwezig waren. Het beroep werd verworpen, waarmee het arrest van het gerechtshof werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof wordt bekrachtigd.