ECLI:NL:HR:2017:2543

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 oktober 2017
Publicatiedatum
4 oktober 2017
Zaaknummer
16/00071
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wetboek van StrafvorderingArt. 6 EVRM
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatiefase

De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor onder meer wederrechtelijke vrijheidsberoving. Tegen dit arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch werd cassatieberoep ingesteld. De Hoge Raad beoordeelde de ingebrachte middelen en oordeelde dat de klachten over grondslagverlating en bewijsmotivering niet tot cassatie konden leiden.

Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro in de cassatiefase was overschreden door het te laat aanleveren van stukken door het hof. Dit leidde tot een gegrond middel en een vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van 30 naar 28 maanden.

De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof uitsluitend wat betreft de strafduur en wees het beroep voor het overige af. Hiermee werd de straf aangepast zonder inhoudelijke herbeoordeling van de schuldvraag of andere aspecten van het vonnis.

De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren, waarna het arrest in openbare terechtzitting werd uitgesproken op 3 oktober 2017.

Uitkomst: De gevangenisstraf is verminderd van 30 naar 28 maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase.

Uitspraak

3 oktober 2017
Strafkamer
nr. S 16/00071
SLU
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 23 december 2015, nummer 20/002541-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft E.E.W.J. Maessen, advocaat te Maastricht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft geconcludeerd tot vermindering van de opgelegde straf en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van het eerste en het tweede middel

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beoordeling van het derde middel

3.1.
Het middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.
3.2.
Het middel is gegrond. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van 30 maanden.

4.Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

5.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
vermindert deze in die zin dat deze 28 maanden beloopt;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
3 oktober 2017.