Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
4.Slotsom
5.Beslissing
3 oktober 2017.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor diefstal met valse sleutels, zoals bedoeld in artikel 311, eerste lid, onderdeel 5, van het Wetboek van Strafrecht. Tegen dit arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch stelde de verdachte cassatieberoep in bij de Hoge Raad. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad oordeelt dat het middel van cassatie niet tot cassatie kan leiden en dat er geen noodzaak is tot nadere motivering omdat er geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn. Wel constateert de Hoge Raad dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro is overschreden, aangezien meer dan twee jaar zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep.
Als gevolg hiervan vermindert de Hoge Raad ambtshalve de duur van de opgelegde gevangenisstraf met zeven maanden. De rest van het beroep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof blijft in stand, behoudens de aangepaste strafduur. De uitspraak werd gedaan door de Strafkamer van de Hoge Raad op 3 oktober 2017.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de opgelegde gevangenisstraf met zeven maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn en verwerpt het cassatieberoep voor het overige.