Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beoordeling van het derde middel
4.Slotsom
10 oktober 2017.
Hoge Raad
De verdachte werd door het hof veroordeeld voor belaging (stalking) op grond van artikel 285b Sr, waarbij hij gedurende anderhalve maand herhaaldelijk contact zocht met de aangever en diens omgeving, met negatieve uitlatingen over diens zoon. Het hof achtte dit een stelselmatige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer met het oogmerk de aangever te dwingen iets te doen of te dulden.
De Hoge Raad oordeelt dat het oordeel van het hof over de stelselmatigheid van de gedragingen onvoldoende is gemotiveerd. Gelet op de aard, intensiteit, omstandigheden en invloed op het persoonlijke leven van de aangever ontbreekt een begrijpelijke motivering waarom dit als stelselmatige inbreuk moet worden aangemerkt.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling. De overige middelen behoeven geen bespreking. De zaak zal op het bestaande hoger beroep opnieuw worden behandeld en afgedaan.
Uitkomst: Het arrest van het hof is vernietigd en de zaak is terugverwezen voor hernieuwde behandeling.