Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
10 oktober 2017.
Hoge Raad
Klaagster heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een beschikking van de Rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Groningen, betreffende een klaagschrift op grond van artikel 552a Sv. Het klaagschrift richtte zich tegen de kennisneming en het gebruik van inbeslaggenomen documenten. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad heeft de middelen van klaagster beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, RO, is geen nadere motivering vereist omdat de middelen geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.
De beschikking van de rechtbank wordt daarmee bevestigd en het beroep in cassatie wordt verworpen. Deze uitspraak vormt een vervolg op eerdere rechtspraak, waaronder ECLI:NL:HR:2013:1109 en is gerelateerd aan zaaknummer 16/05104.
De uitspraak is gedaan door de Strafkamer van de Hoge Raad op 10 oktober 2017, waarbij de vice-president als voorzitter en twee raadsheren aanwezig waren. De uitspraak werd ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beschikking van de rechtbank blijft in stand.