Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
10 januari 2017.
Hoge Raad
Verdachte werd door het Gerechtshof Den Haag veroordeeld wegens het opzettelijk en wederrechtelijk onbruikbaar maken van een politiecel door erin te urineren. De bewezenverklaring steunde op verklaringen van de opsporingsambtenaar en de verdachte zelf, die aangaf zich als een hond te hebben gedragen uit protest.
De Hoge Raad herhaalt de uitleg van het begrip 'onbruikbaar maken' zoals eerder vastgesteld in HR 1998: een voorwerp is onbruikbaar als het tijdelijk niet meer voor het beoogde doel kan worden gebruikt, ook al is herstel mogelijk zonder noemenswaardige kosten.
Het Hof had geoordeeld dat de politiecel door het urineren tijdelijk niet op de vereiste wijze kon worden gebruikt, hetgeen vernieling oplevert in de zin van art. 350 Sr Pro. De Hoge Raad oordeelt dat dit oordeel niet onbegrijpelijk is, geen onjuiste rechtsopvatting bevat en voldoende is gemotiveerd.
Het middel van cassatie faalt en het beroep wordt verworpen. Hiermee blijft de veroordeling van verdachte wegens vernieling in stand.
Uitkomst: Het beroep van verdachte wordt verworpen en de veroordeling voor vernieling blijft in stand.