ECLI:NL:HR:2017:2616

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 oktober 2017
Publicatiedatum
12 oktober 2017
Zaaknummer
16/04234
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Huur bedrijfsruimte: opleveringsplicht en toerekenbare vertraging bij einde huur

De zaak betreft een geschil tussen Dubbelveste B.V. en een wederpartij over de opleveringsplicht bij het einde van een huurovereenkomst voor bedrijfsruimte. Centraal staat de vraag of er sprake was van een aan de huurder toerekenbare vertraging bij de oplevering en de gevolgen daarvan voor herstelkosten wegens ondeugdelijke oplevering.

In de eerdere instanties, waaronder de kantonrechter en het gerechtshof Den Haag, is het geschil inhoudelijk behandeld. Dubbelveste stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen en het arrest van het hof voor het gedingverloop en de feiten.

De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie en dat nadere motivering niet nodig is omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten. Het cassatieberoep wordt verworpen en Dubbelveste wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.

Het arrest is gewezen door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Snijders, Polak en in het openbaar uitgesproken door Tanja-Van den Broek op 13 oktober 2017.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Dubbelveste wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof blijft in stand.

Uitspraak

13 oktober 2017
Eerste Kamer
16/04234
RM/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
DUBBELVESTE B.V.,
gevestigd te Dordrecht,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. J.P. van den Berg,
t e g e n
[verweerster],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaten: mr. D. Rijpma en mr. R.L. Bakels.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Dubbelveste en [verweerster].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 1369023 CV EXPL 12-38700 van de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam van 26 april 2013 en 23 mei 2014;
b. het arrest in de zaak 200.155.249/01 van het gerechtshof Den Haag van 3 mei 2016.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft Dubbelveste beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van Dubbelveste heeft bij brief van 28 augustus 2017 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Dubbelveste in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 6.590,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-Van den Broek op
13 oktober 2017.