ECLI:NL:HR:2017:2636

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 oktober 2017
Publicatiedatum
17 oktober 2017
Zaaknummer
16/04024
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 22b SrArt. 300 SrArt. 81 RO
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt onvoorwaardelijke gevangenisstraf bij taakstrafverbod mishandeling

In deze strafzaak stond de vraag centraal of het taakstrafverbod ex artikel 22b Sr een onvoorwaardelijke gevangenisstraf uitsluit of juist verplicht stelt. De verdachte was in hoger beroep veroordeeld voor mishandeling en kreeg een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd. Het hof oordeelde dat het taakstrafverbod uitsluitend een onvoorwaardelijke gevangenisstraf mogelijk maakt en wees een taakstraf uitdrukkelijk af.

De verdachte stelde in cassatie dat het hof ten onrechte een discrepantie had geconstateerd met de toepasselijke LOVS-oriëntatiepunten en dat het oordeel over het taakstrafverbod onjuist was. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen.

De Hoge Raad volgde het advies en verwierp het cassatieberoep zonder nadere motivering, omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Hiermee bleef het hofarrest ongewijzigd en werd de onvoorwaardelijke gevangenisstraf bevestigd.

De uitspraak benadrukt de strikte toepassing van het taakstrafverbod bij bepaalde delicten zoals mishandeling en bevestigt dat dit verbod leidt tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de onvoorwaardelijke gevangenisstraf wegens taakstrafverbod bij mishandeling.

Uitspraak

17 oktober 2017
Strafkamer
nr. S 16/04024
AGE/DAZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 9 maart 2016, nummer 20/003758-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier L. Nuy, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
17 oktober 2017.