Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Beoordeling van het tweede middel
4.Beslissing
17 oktober 2017.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch inzake gekwalificeerde diefstal uit een woning te Helmond op 2 juli 2013. Het hof had onder meer horloges en sieraden als gestolen bewezenverklaard. De benadeelde partij vorderde schadevergoeding voor een iPad 4 Cellular en een Acer tablet, die niet expliciet in de bewezenverklaring waren genoemd.
De Hoge Raad herhaalt de relevante jurisprudentie dat een benadeelde partij schadevergoeding kan vorderen indien er een voldoende causaal verband is tussen het bewezenverklaarde handelen en de geleden schade. Het hof oordeelde dat de schade aan de iPad en Acer tablet als rechtstreekse schade van het bewezenverklaarde handelen kon worden aangemerkt, ondanks dat deze voorwerpen niet in de bewezenverklaring stonden. Dit oordeel is niet onbegrijpelijk of onjuist.
Verder werd vastgesteld dat de verdachte de gevorderde schadevergoeding niet heeft betwist. Ten slotte erkent de Hoge Raad dat de redelijke termijn in de cassatiefase is overschreden, maar ziet geen aanleiding om hier rechtsgevolgen aan te verbinden gezien de aard van de opgelegde straf. Het beroep wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de toewijzing van schadevergoeding voor de iPad en Acer tablet ondanks dat deze niet in de bewezenverklaring zijn vermeld.