Uitspraak
1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
2.De aanvraag tot herziening
3.De conclusie van de Advocaat-Generaal
4.Beoordeling van de aanvraag
5.Slotsom
6.Beslissing
17 oktober 2017.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde een aanvraag tot herziening van een vonnis van de Politierechter Rotterdam uit 2014, waarbij de aanvrager was veroordeeld voor mishandeling en illegaal verblijf. De aanvraag berustte op het gegeven van persoonsverwisseling, een grond voor herziening volgens art. 457 Sv Pro.
De Advocaat-Generaal concludeerde dat de zaak verwezen moet worden naar het gerechtshof, omdat het ernstige vermoeden bestaat dat de aanvrager, indien de persoonsverwisseling bekend was geweest, vrijgesproken zou zijn. De Hoge Raad volgde dit advies en oordeelde dat het gegeven nieuw en doorslaggevend is.
De Hoge Raad verklaarde de aanvraag tot herziening gegrond, beval opschorting van de tenuitvoerlegging van het vonnis en verwees de zaak naar het Gerechtshof Den Haag voor een nieuwe berechting en afdoening conform art. 472, tweede lid, Sv.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de aanvraag tot herziening gegrond en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor hernieuwde berechting.