Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Rechtbank Den Haagvan 17 februari 2017, nr. SGR 16/8305 V, betreffende de aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag in de parkeerbelastingen van de gemeente Den Haag.
Hoge Raad
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag inzake een naheffingsaanslag parkeerbelastingen van de gemeente Den Haag. De Rechtbank had op 17 februari 2017 uitspraak gedaan, waarvan de afschrift op 22 februari 2017 aan partijen is verzonden.
Het beroepschrift in cassatie is op 11 april 2017 ontvangen bij de Hoge Raad, wat na de wettelijke termijn van zes weken viel die op 5 april 2017 eindigde. Ook de mogelijkheid tot termijnverlenging op grond van artikel 6:9, lid 2, Awb is niet van toepassing.
De Hoge Raad heeft belanghebbende de gelegenheid gegeven om redenen voor de overschrijding te geven, maar deze waren onvoldoende om het verzuim te rechtvaardigen. Daarom verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er worden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.