ECLI:NL:HR:2017:2678

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 oktober 2017
Publicatiedatum
19 oktober 2017
Zaaknummer
16/06235
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake informatiebeschikking

De Staatssecretaris van Financiën stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag, waarin een hoger beroep van belanghebbende tegen een informatiebeschikking werd behandeld. Het cassatiemiddel dat door de Staatssecretaris werd voorgesteld, werd door de Hoge Raad niet ontvankelijk verklaard omdat het geen rechtsvragen bevatte die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat nadere motivering niet nodig was op grond van artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie. Daarnaast werden er geen proceskosten toegewezen aan partijen.

Het arrest werd gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter en de raadsheren Th. Groeneveld en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, en in het openbaar uitgesproken op 20 oktober 2017. Hiermee werd het beroep in cassatie ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën is ongegrond verklaard.

Uitspraak

20 oktober 2017
Nr. 16/06235
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
de Staatssecretaris van Financiëntegen de uitspraak van het
GerechtshofDen Haagvan 16 november 2016, nr. BK-16/00255, op het hoger beroep van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nr. SGR 15/6807) betreffende een ten aanzien van belanghebbende gegeven informatiebeschikking.

1.Geding in cassatie

De Staatssecretaris heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij één middel voorgesteld.
Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 20 oktober 2017.