ECLI:NL:HR:2017:2782

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 oktober 2017
Publicatiedatum
26 oktober 2017
Zaaknummer
17/02438
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslag omzetbelasting

Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 6 april 2017, waarin een naheffingsaanslag omzetbelasting over de periode 1 januari 2008 tot en met 31 december 2008 en een boetebeschikking waren bevestigd.

De Hoge Raad ontving de klachten van belanghebbende en het verweerschrift van de Staatssecretaris van Financiën. Na beoordeling concludeerde de Hoge Raad dat de klachten niet tot cassatie konden leiden. Dit oordeel werd genomen op grond van artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad besloot geen proceskosten toe te wijzen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest werd gewezen door de vice-president Overgaauw als voorzitter en de raadsheren Punt en van Hilten, en in het openbaar uitgesproken op 27 oktober 2017.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag omzetbelasting en boetebeschikking blijven gehandhaafd.

Uitspraak

27 oktober 2017
Nr. 17/02438
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof 's-Hertogenboschvan 6 april 2017, nr. 15/01127, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nr. AWB 14/3438) betreffende een aan belanghebbende over de periode 1 januari 2008 tot en met 31 december 2008 opgelegde naheffingsaanslag in de omzetbelasting en de daarbij gegeven boetebeschikking.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2.Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 27 oktober 2017.