ECLI:NL:HR:2017:2787

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 oktober 2017
Publicatiedatum
27 oktober 2017
Zaaknummer
16/04834
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens verzuim memorie van grieven

In deze zaak stond centraal de niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep wegens het verzuim van eiser om tijdig een memorie van grieven te nemen, zoals vereist onder artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (RO). De zaak betrof een geschil tussen eiser en de Gemeente Haarlem, waarbij de rechtbank en het gerechtshof eerder uitspraken hadden gedaan.

Eiser stelde beroep in cassatie in tegen de rolbeschikking en het arrest van het gerechtshof Amsterdam, waarin het hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard. Eiser diende tevens een conclusie tot herstel van een fout in, maar de Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van eiser niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. De Hoge Raad bevestigde daarmee de niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep wegens het verzuim om een memorie van grieven te nemen, maar erkende de mogelijkheid tot herstel van dit verzuim door middel van een akte van niet-dienen.

De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en veroordeelde eiser in de kosten van het geding in cassatie. Dit arrest werd gewezen door de raadsheren Heisterkamp, Polak en du Perron, en in het openbaar uitgesproken door Tanja-van den Broek op 27 oktober 2017.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.

Uitspraak

27 oktober 2017
Eerste Kamer
16/04834
LZ/AR
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. R.K. van der Brugge,
t e g e n
de
Gemeente Haarlem,
zetelende te Haarlem,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. R.D. Boesveld.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de Gemeente.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak C/l5/225409/HA ZA 15-274 van de rechtbank Noord-Holland van 24 juni 2015 en 20 januari 2016;
b. de rolbeschikking en het arrest in de zaak 200.188.841/01 van het gerechtshof Amsterdam van 7 juni 2016 (rolbeschikking) en 28 juni 2016 (arrest).
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen de rolbeschikking van 7 juni 2016 en het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld.
De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Gemeente heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, [eiser] heeft tevens een conclusie tot herstel van een fout ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 856,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, als voorzitter, M.V. Polak en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op
27 oktober 2017.