Uitspraak
wonende te [woonplaats],
gevestigd te Maastricht,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
27 oktober 2017.
Hoge Raad
In deze zaak gaat het om een geschil tussen [eiser] en Encare Arbozorg B.V. over de verdeling van bouwkosten van een perceel grond te Maastricht. Encare had een koopovereenkomst gesloten met de vader van [eiser], waarbij Encare en de vader respectievelijk 64% en 36% eigendomsrechten en bouwkosten zouden dragen. Daarnaast was er een afspraak dat de management fee van de managementvennootschap van de vader zou worden verrekend met de bouwkosten.
De rechtbank had het beroep op deze verrekeningsafspraak door [eiser] en de vader geaccepteerd en de vordering tegen [eiser] afgewezen. Het hof oordeelde echter dat deze verrekeningsafspraak niet opging en veroordeelde [eiser] en de vader hoofdelijk tot betaling van een bedrag aan Encare.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte niet is ingegaan op andere door [eiser] aangevoerde feiten en omstandigheden, waaronder een kwijtingsovereenkomst, en daarmee de devolutieve werking van het hoger beroep heeft miskend. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak voor verdere behandeling naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.