Uitspraak
wonende te [woonplaats], Duitsland,
gevestigd te Amsterdam,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
17 februari 2017.
Hoge Raad
In deze zaak stond centraal de vraag of Stichting Van Gogh Museum onrechtmatig heeft gehandeld bij het onderzoek van een schilderij dat eiser aanvoerde. Eiser had eerder in feitelijke instanties een procedure gevoerd, waarbij het gerechtshof Amsterdam de zaak heeft behandeld en arresten heeft gewezen. Tegen deze arresten stelde eiser beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen en arresten voor het geding in feitelijke instanties en behandelt in cassatie uitsluitend de aangevoerde klachten. De conclusie van de Advocaat-Generaal was gericht op verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelt dat de klachten onvoldoende zijn om tot cassatie te leiden en dat nadere motivering niet nodig is omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn.
De Hoge Raad verwerpt het beroep en veroordeelt eiser in de kosten van het cassatiegeding. Hiermee blijft het oordeel van het gerechtshof Amsterdam in stand, waarmee het beroep van eiser wordt afgewezen. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken door de vice-president.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten.