ECLI:NL:HR:2017:2827

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 november 2017
Publicatiedatum
9 november 2017
Zaaknummer
17/03100
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in bestuursrechtelijke zaak

De zaak betreft een beroep in cassatie van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag inzake verzet tegen een eerdere uitspraak. De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van het cassatieberoep en concludeerde dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit omdat belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.

Na overleg met de Procureur-Generaal besloot de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie. Het arrest werd uitgesproken op 10 november 2017 door raadsheren J. Wortel (voorzitter), Th. Groeneveld en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren.

Deze beslissing betekent dat het cassatieberoep niet inhoudelijk is behandeld en dat de uitspraak van de lagere rechter in stand blijft. De procedure toont het belang van ontvankelijkheidstoetsen in cassatiezaken en bevestigt de toepassing van artikel 80a RO in bestuursrechtelijke procedures.

Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang of geen kans op slagen.

Uitspraak

10 november 2017
Nr. 17/03100
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Rechtbank Den Haagvan 18 mei 2017, nr. SGR 16/9221 V, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank van 16 februari 2017.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur‑Generaal – het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk verklaren.

2.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 10 november 2017.