ECLI:NL:HR:2017:2836

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 november 2017
Publicatiedatum
9 november 2017
Zaaknummer
17/04660
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 78 lid 4 Wet op de rechterlijke organisatieAlgemene wet inkomensafhankelijke regelingen (AWIR)
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk inzake zorgtoeslagbeschikking

Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag betreffende de beschikking Zorgtoeslag, Kindgebonden budget en Huurtoeslag over het jaar 2016.

De Hoge Raad beoordeelt de ontvankelijkheid van het cassatieberoep en stelt vast dat ingevolge artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie alleen kennis kan worden genomen van cassatieberoepen tegen uitspraken van de bestuursrechter voor zover dit bij wet is bepaald. Voor het onderhavige geschil betreffende een besluit op grond van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (AWIR) bestaat geen wettelijke bepaling die cassatie openstelt.

Daarom verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Tevens wordt overwogen dat het feit dat in de brief bij toezending van de uitspraak van de rechtbank ten onrechte een rechtsmiddelverwijzing is opgenomen, hieraan niet afdoet. De Hoge Raad acht geen aanleiding voor veroordeling in proceskosten en spreekt het arrest uit op 10 november 2017.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van wettelijke grondslag.

Uitspraak

10 november 2017
Nr. 17/04660
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Rechtbank Den Haagvan 8 september 2017, nr. SGR 17/3198 V, betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2016 gegeven beschikking Zorgtoeslag, Kindgebonden budget en Huurtoeslag.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Ingevolge artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie neemt de Hoge Raad enkel kennis van het beroep in cassatie tegen uitspraken van de bestuursrechter voor zover dit bij wet is bepaald. Er is geen wettelijke bepaling die beroep in cassatie openstelt tegen een uitspraak van de Rechtbank die is gedaan in een geschil betreffende een besluit als het onderhavige ingevolge de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (AWIR). Het beroep in cassatie dient derhalve niet‑ontvankelijk te worden verklaard. Dit heeft evenzeer te gelden indien in de brief bij toezending van de aangevallen uitspraak van de Rechtbank ten onrechte een rechtsmiddelverwijzing is opgenomen. Het beroep in cassatie dient derhalve niet‑ontvankelijk te worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 10 november 2017.