ECLI:NL:HR:2017:2844

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 november 2017
Publicatiedatum
9 november 2017
Zaaknummer
16/04868
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verantwoordelijkheid van provider voor onrechtmatige publicatie in weblog

In deze zaak vordert eiser, die gedetineerd is, Google aansprakelijk te stellen voor onrechtmatige publicatie van informatie op een weblog. De voorzieningenrechter en het gerechtshof Den Haag hebben eerder geoordeeld dat Google als provider niet aansprakelijk is voor de inhoud van de weblog.

Eiser stelt in cassatie dat Google wel verantwoordelijk moet worden gehouden, maar de Hoge Raad wijst het cassatieberoep af. De klachten van eiser leiden niet tot beantwoording van nieuwe rechtsvragen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad bevestigt hiermee de eerdere uitspraken dat providers niet zonder meer aansprakelijk zijn voor onrechtmatige inhoud die door derden wordt geplaatst, tenzij sprake is van specifieke omstandigheden die aansprakelijkheid rechtvaardigen.

De Hoge Raad veroordeelt eiser tevens in de kosten van het geding in cassatie, waaronder verschotten en salaris advocaat van Google.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser tegen Google wordt verworpen en Google wordt niet aansprakelijk gehouden voor de onrechtmatige publicatie.

Uitspraak

10 november 2017
Eerste Kamer
16/04868
LZ/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser],
thans gedetineerd te Nieuwegein,
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. F.I. van Dorsser,
t e g e n
GOOGLE INC.,
gevestigd te Mountain View, Californië, Verenigde Staten van Amerika,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. S.M. Kingma.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Google.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak C/09/491598/KG ZA 15-969 van de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag van 16 september 2015;
b. het arrest in de zaak 200.178.963/01 van het gerechtshof Den Haag van 26 juli 2016.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Google heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor Google toegelicht door haar advocaat en mede door mrs. R.D. Chanvannes en D. Verhulst.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van Google heeft bij brief van 22 september 2017 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Google begroot op € 2.678,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, M.V. Polak, C.E. du Perron en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op
10 november 2017.