Uitspraak
beiden wonende te [woonplaats],
gevestigd te Utrecht,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
10 november 2017.
Hoge Raad
In deze zaak stond de vraag centraal of een borgtochtovereenkomst vernietigbaar is wegens het ontbreken van toestemming van de echtgenote, zoals bepaald in artikel 1:88 lid 1 onder Pro c, in samenhang met artikel 1:89 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek. De eisers waren borg gesteld voor een overeenkomst zonder dat de echtgenote haar toestemming had gegeven.
De zaak werd in eerste aanleg en hoger beroep behandeld, waarbij de rechtbank en het gerechtshof de vernietiging van de overeenkomst bevestigden. Het hof oordeelde dat de uitzondering van artikel 1:88 lid 5 BW Pro niet van toepassing was.
Eisers stelden cassatieberoep in tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam, maar de Hoge Raad verwierp dit beroep zonder nadere motivering, omdat de klachten niet leidden tot beantwoording van rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad veroordeelde eisers tevens in de kosten van het geding in cassatie. Hiermee werd het arrest van het gerechtshof bekrachtigd en bleef de vernietiging van de borgtochtovereenkomst in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de vernietiging van de borgtochtovereenkomst wegens ontbreken van toestemming van de echtgenote blijft in stand.