Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beoordeling van de overige middelen
4.Beslissing
14 november 2017.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, waarin verdachte werd veroordeeld voor uitlokking van medeplegen van dubbele moord op twee slachtoffers in het drugsmilieu van Bonaire.
Het Hof stelde vast dat verdachte opzettelijk had uitgelokt tot de moord op het eerste slachtoffer en dat hij wist dat ook het tweede slachtoffer aanwezig zou zijn bij de geplande ontmoeting. Het Hof oordeelde dat verdachte de aanmerkelijke kans aanvaardde dat ook het tweede slachtoffer zou worden vermoord, wat werd bevestigd door getuigenverklaringen en het bewijs van de betrokkenheid van medeverdachten.
De Hoge Raad concludeerde dat het Hof zijn oordeel niet onbegrijpelijk had gegrond en verwierp het cassatieberoep. Hiermee bleef de veroordeling van verdachte voor uitlokking van medeplegen van dubbele moord in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en de veroordeling voor uitlokking van medeplegen van dubbele moord blijft in stand.