ECLI:NL:HR:2017:2854

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 november 2017
Publicatiedatum
14 november 2017
Zaaknummer
16/00474
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 240b SrArt. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatie in militaire zaak over bezit kinderpornografische afbeeldingen

In deze zaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van de verdachte verworpen tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, Militaire Kamer, waarin hij werd veroordeeld voor het maken van een gewoonte van het bezit van kinderpornografische afbeeldingen op grond van artikel 240b, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht.

De verdediging voerde meerdere klachten aan, onder meer over het bezit, het maken van een gewoonte en vermeende innerlijke tegenstrijdigheden in het arrest van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat deze klachten falen en dat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden.

Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, zag de Hoge Raad geen aanleiding tot nadere motivering omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Het arrest is gewezen door de vice-president van Schendel als voorzitter en de raadsheren Buruma en van Strien, en uitgesproken op 14 november 2017.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen, het arrest van het hof blijft gehandhaafd.

Uitspraak

14 november 2017
Strafkamer
nr. S 16/00474 M
KD/EC
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, Militaire Kamer, van 29 december 2015, nummer 21/007115-13, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft Th.J. Kelder, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
14 november 2017.