Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Beoordeling van de middelen voor het overige
4.Beslissing
14 november 2017.
Hoge Raad
In deze zaak stond de inzet van een burgerpseudokoper centraal bij het onderzoek naar de roof van twee uiterst waardevolle schilderijen van Frans Hals en Jacob van Ruysdael. Het Hof Den Haag had geoordeeld dat het doel van het Openbaar Ministerie, namelijk het in ongeschonden staat terugkrijgen van de schilderijen, niet met minder ingrijpende opsporingsmiddelen kon worden bereikt. De inzet van een burgerpseudokoper werd als proportioneel en subsidiar geacht.
De verdediging voerde aan dat de inzet onrechtmatig was omdat niet aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit was voldaan en dat er sprake was van vormverzuimen. Het Hof verwierp deze verweren met een uitgebreide motivering, onder meer omdat de burgerpseudokoper al een vertrouwensband had opgebouwd met de verdachte en een mededader, wat het inzetten van een andere pseudokoper onaanvaardbare risico's zou opleveren.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het Hof en oordeelde dat het niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd was dat het doel niet met een opsporingsambtenaar als pseudokoper kon worden bereikt. Het cassatieberoep werd verworpen. Hiermee werd de rechtmatigheid van de inzet van burgerpseudokopers bij bijzondere opsporingsbevoegdheden bevestigd, mits aan de wettelijke eisen wordt voldaan.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de inzet van de burgerpseudokoper is proportioneel en subsidiar.