Uitspraak
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof ’s-Hertogenboschvan 29 september 2016, nrs. 10/00831bis, 10/00836bis en 10/00837bis, op het hoger beroep van belanghebbende tegen uitspraken van de Rechtbank Breda (nrs. AWB 10/850, 10/851 en 10/582) betreffende de verzoeken van belanghebbende om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.