Uitspraak
[X1] B.V.en
[X2] B.V., beide te
[Z](hierna tezamen: belanghebbenden) tegen de nadere uitspraak van het
Gerechtshof ’s-Hertogenboschvan 29 september 2016, nrs. 11/00046bis tot en met 11/00048bis en 11/00104bis tot en met 11/00106bis, op het hoger beroep van elk van beide tegen uitspraken van de Rechtbank Breda (nrs. AWB 09/2461, 09/2593, 09/2761, 06/4162, 06/5378 en 06/5377) betreffende de verzoeken van belanghebbenden om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.