Uitspraak
gevestigd te [plaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
gevestigd te [plaats],
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
17 november 2017.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak staat de uitleg van de splitsingsakte, het splitsingsreglement en het huishoudelijk reglement centraal, met betrekking tot de vraag of commerciële verhuur is toegestaan binnen een appartementsrecht. De eisers, bewoners en eigenaren binnen het flatgebouw, hebben zich tegen de Vereniging van Eigenaren (VvE) gekeerd.
De procedure begon bij de kantonrechter te Amsterdam met vonnissen in juni en november 2014, waarna het gerechtshof Amsterdam op 9 augustus 2016 arrest wees. De eisers stelden beroep in cassatie in tegen dit arrest, terwijl de VvE verstek liet gaan.
De Hoge Raad oordeelt dat de klachten van de eisers niet leiden tot cassatie, mede omdat er geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn. De Hoge Raad bevestigt hiermee het arrest van het hof en verklaart de boetebesluiten op grond van artikel 5:129 BW Pro in verbinding met artikel 2:14 BW Pro nietig.
De eisers worden veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, maar deze worden begroot op nihil aan de zijde van de VvE. Het arrest is gewezen door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Snijders en Sieburgh en in het openbaar uitgesproken door Tanja-van den Broek.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de nietigheid van de boetebesluiten van de VvE.