Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
4.Slotsom
5.Beslissing
21 november 2017.
Hoge Raad
Verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van doodslag waarbij zij samen met haar nieuwe vriend het slachtoffer met een honkbalknuppel aanviel en vervolgens aarde in zijn mond stopte. Het hof legde een gevangenisstraf van tien jaren op.
Verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag. De Advocaat-Generaal adviseerde tot vermindering van de straf wegens overschrijding van de redelijke termijn en verwerping van het beroep voor het overige.
De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat geen nieuwe rechtsvragen aan de orde waren. Wel werd ambtshalve vastgesteld dat de redelijke termijn was overschreden, wat leidde tot vermindering van de gevangenisstraf tot negen jaren en zes maanden. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot negen jaren en zes maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn; het cassatieberoep wordt voor het overige verworpen.