Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
4.Slotsom
5.Beslissing
21 november 2017.
Hoge Raad
De zaak betreft het opzettelijk aanwezig hebben van 1.650 gram hennep. Verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 14 oktober 2015. De advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad oordeelt dat het middel niet tot cassatie kan leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat het middel geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproept. Wel is vastgesteld dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6 EVRM Pro is overschreden, omdat meer dan twee jaar zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep.
Dit leidt ertoe dat de Hoge Raad ambtshalve de hoogte van de opgelegde geldboete en de duur van de vervangende hechtenis vermindert van € 1000,- naar € 950,- en van 20 dagen naar 19 dagen hechtenis. Het beroep wordt voor het overige verworpen en de rest van het arrest blijft in stand.
Uitkomst: De geldboete en vervangende hechtenis worden verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn, het cassatieberoep wordt voor het overige verworpen.