Uitspraak
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Rechtbank Gelderlandvan 6 juni 2017, nr. AWB 16/3632, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank van 29 december 2016.
Hoge Raad
Belanghebbende, een besloten vennootschap, stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland inzake een belastingzaak. De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van het cassatieberoep en oordeelde dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit was omdat belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang had bij het cassatieberoep of omdat de klachten evident niet tot cassatie konden leiden.
Na overleg met de Procureur-Generaal besloot de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk te verklaren. Hiermee komt een einde aan de procedure in cassatie, waarbij het eerdere vonnis van de rechtbank in stand blijft.
Het arrest werd uitgesproken door de raadsheren Wortel, Groeneveld en Beukers-van Dooren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier Treuren, op 24 november 2017. De procedure was gebaseerd op artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie, dat de mogelijkheid biedt om een beroep in cassatie niet-ontvankelijk te verklaren als het belang ontbreekt of het beroep kansloos is.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan voldoende belang en kansloosheid van de klachten.