Uitspraak
[klaagster 2], gevestigd te [vestigingsplaats] en
[klaagster 3], gevestigd te [vestigingsplaats] .
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
10 januari 2017.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van het Openbaar Ministerie tegen een beschikking van de Rechtbank Noord-Holland inzake een klaagschrift over conservatoire beslagen. De Rechtbank had geoordeeld dat de beslagen boven het bedrag van € 829.115,27 disproportioneel en bovenmatig waren en deze beslagen dienovereenkomstig beperkt moesten worden. De Hoge Raad bevestigt dat de Rechtbank de juiste maatstaf heeft toegepast, namelijk of het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter later een ontnemingsmaatregel oplegt die het beslagbedrag overstijgt.
De Rechtbank had daarbij rekening gehouden met de onherroepelijke vrijspraak van de klagers voor delen van de tenlastelegging die de grondslag vormden voor een hoger ontnemingsbedrag. Tevens was de waarde van het conservatoire beslag door het Openbaar Ministerie geschat op een lager bedrag dan het gevorderde ontnemingsbedrag, en was er een lopende ontnemingsprocedure met onderhandelingen over een vaststellingsovereenkomst.
Het Openbaar Ministerie voerde onder meer aan dat het beslag noodzakelijk was zolang de schikking niet was afgerond, maar de Rechtbank achtte het voortduren van beslagen boven het genoemde bedrag disproportioneel. De Hoge Raad oordeelt dat de Rechtbank een zorgvuldige belangenafweging heeft gemaakt en dat het oordeel niet onbegrijpelijk is. Het cassatieberoep wordt daarom verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat conservatoire beslagen boven € 829.115,27 disproportioneel zijn en opgeheven moeten worden.