ECLI:NL:HR:2017:3044

Hoge Raad

Datum uitspraak
1 december 2017
Publicatiedatum
30 november 2017
Zaaknummer
17/01201
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 36 Invorderingswet 1990
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt uitspraak over aansprakelijkstelling op grond van Invorderingswet 1990

Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 31 januari 2017, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen een beschikking tot aansprakelijkstelling had behandeld. De beschikking was gebaseerd op artikel 36 van Pro de Invorderingswet 1990 en betrof een belastingrechtelijke aansprakelijkstelling.

De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot cassatie. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie was geen nadere motivering vereist, omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad heeft tevens overwogen dat er geen gronden zijn voor een veroordeling in de proceskosten. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 1 december 2017.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het hofarrest bekrachtigd.

Uitspraak

1 december 2017
Nr. 17/01201
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Amsterdamvan 31 januari 2017, nr. 16/00160, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland (nr. HAA 14/4642) betreffende de ten aanzien van belanghebbende gegeven beschikking tot aansprakelijkstelling ingevolge artikel 36 van Pro de Invorderingswet 1990.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2.Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 1 december 2017.