ECLI:NL:HR:2017:3063

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 december 2017
Publicatiedatum
5 december 2017
Zaaknummer
17/04135
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Herziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 457 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid aanvraag herziening wegens ontbreken onverenigbare bewezenverklaringen

De aanvrager heeft bij de Hoge Raad een verzoek tot herziening ingediend van een vonnis van de Rechtbank Den Haag waarin hij was veroordeeld tot een gevangenisstraf van 32 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk.

De aanvraag tot herziening betrof het argument dat twee medeverdachten in hoger beroep waren vrijgesproken, hetgeen volgens de aanvrager aanleiding zou moeten zijn voor herziening op grond van onverenigbare bewezenverklaringen tussen onherroepelijke uitspraken.

De Hoge Raad heeft deze aanvraag beoordeeld aan de hand van artikel 457 lid 1 aanhef Pro en onder a van het Wetboek van Strafvordering, dat bepaalt dat herziening slechts mogelijk is indien bij verschillende onherroepelijke of verstek gewezen uitspraken bewezenverklaringen zijn uitgesproken die niet met elkaar te verenigen zijn.

De Hoge Raad oordeelde dat in deze zaak niet is voldaan aan deze voorwaarde, omdat er geen sprake is van onverenigbare bewezenverklaringen tussen de uitspraken. Daarom is de aanvraag tot herziening niet-ontvankelijk verklaard.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de aanvraag tot herziening niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van onverenigbare bewezenverklaringen.

Uitspraak

5 december 2017
Strafkamer
nr. S 17/04135 H
JHO
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsdegegaan vonnis van de Rechtbank Den Haag van 15 juni 2015, nummers 09/842360-14 en 09/852065-15, ingediend door J. Schepers, advocaat te Maastricht, namens:
[aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986.

1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd

De Rechtbank heeft de aanvrager - voor zover hier van belang - ter zake van "deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven" veroordeeld tot een gevangenisstraf van 32 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren.

2.De aanvraag tot herziening

2.1.
De aanvraag tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2.2.
In de aanvraag wordt een beroep gedaan op de omstandigheid dat twee medeverdachten in hoger beroep zijn vrijgesproken.

3.Beoordeling van de aanvraag

3.1.
Als grondslag voor een herziening kan, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid aanhef en onder a van art. 457 Sv Pro slechts dienen de omstandigheid dat bij onderscheidene arresten of vonnissen die onherroepelijk zijn geworden of bij verstek zijn gewezen, bewezenverklaringen zijn uitgesproken die niet overeen zijn te brengen.
3.2.
De aanvraag, die ertoe strekt een beroep te doen op deze herzieningsgrond, kan niet slagen omdat zich hier niet voordoet het geval dat bij onderscheidene uitspraken bewezenverklaringen zijn uitgesproken die niet zijn overeen te brengen. Hieruit volgt dat de aanvraag niet kan worden ontvangen.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart de aanvraag tot herziening niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
5 december 2017.