ECLI:NL:HR:2017:3094

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 december 2017
Publicatiedatum
7 december 2017
Zaaknummer
17/03167
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht

Belanghebbende had beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland inzake een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting en een boetebeschikking over de periode van 3 november 2014 tot en met 2 november 2015.

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende meerdere malen schriftelijk verzocht om het griffierecht te voldoen, eerst per aangetekende brief en later per gewone brief na adresverificatie, maar deze brieven werden teruggezonden wegens onbestelbaarheid of bleven onbeantwoord. Uit nader onderzoek bleek dat belanghebbende sinds 11 juni 2015 op het bij de Hoge Raad bekende adres stond ingeschreven.

Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) werd het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet voldoen van het griffierecht. De Hoge Raad achtte geen gronden aanwezig voor veroordeling in proceskosten en sprak het arrest uit op 8 december 2017.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.

Uitspraak

8 december 2017
Nr. 17/03167
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Rechtbank Noord-Hollandvan 23 juni 2017, nr. HAA 16/04584 V, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank betreffende een aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag in de motorrijtuigenbelasting over de periode 3 november 2014 tot en met 2 november 2015 en de daarbij gegeven boetebeschikking.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 9 augustus 2017 gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling een termijn van vier weken gesteld. Deze brief is wegens onbestelbaarheid teruggezonden aan de Hoge Raad, waarna adresverificatie heeft plaatsgevonden op 13 september 2017 en het stuk bij gewone brief is verzonden naar het adres van belanghebbende. Het griffierecht is niet voldaan.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 14 september 2017 in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet tijdig is betaald. Deze brief is eveneens wegens onbestelbaarheid teruggezonden aan de Hoge Raad, waarna het stuk bij gewone brief van 6 oktober 2017 is verzonden naar het adres van belanghebbende. Belanghebbende heeft niet gereageerd. Uit adresverificatie nadien is gebleken dat belanghebbende sinds 11 juni 2015 op het bij de Hoge Raad bekende adres stond ingeschreven.
Het beroep in cassatie moet op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 8 december 2017.