Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Beoordeling van het tweede middel
4.Beoordeling van het derde middel
5.Slotsom
6.Beslissing
12 december 2017.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam over meerdere pogingen tot diefstal gepleegd in juni 2013 te Doetinchem. De verdachte werd onder meer verweten inbraken te hebben gepleegd waarbij gereedschap, geld, laptops en andere goederen werden weggenomen. Het hof baseerde de bewezenverklaring mede op het zogenaamde schakelbewijs, waarbij de overeenkomsten tussen de verschillende feiten en de betrokkenheid van de verdachte bij meerdere strafbare feiten samen het bewijs versterken.
De Hoge Raad oordeelt dat de constructie van schakelbewijs rechtens toelaatbaar is mits de wijze van plegen op essentiële punten overeenkomt. De stelling dat voor de bewezenverklaring van een feit geen mede bewijsmiddelen van andere feiten mogen worden gebruikt, wordt verworpen. Het hof heeft de bewezenverklaring voldoende gemotiveerd en het middel faalt.
Wel acht de Hoge Raad de redelijke termijn overschreden in de cassatiefase vanwege te late aanlevering van stukken door het hof. Dit leidt tot vermindering van de straf van vier jaar naar drie jaar en elf maanden gevangenisstraf. Het beroep wordt voor het overige verworpen en de strafvermindering wordt uitgesproken.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot drie jaar en elf maanden, overige klachten worden verworpen.