Uitspraak
de Staatssecretaris van Financiëntegen de uitspraak van het
Gerechtshof Arnhem-Leeuwardenvan 26 april 2016, nr. 15/00206, op het hoger beroep van
[X1] Ltd(voorheen: [A] Ltd) te
[Z], Israël,
[X2] Ltd(voorheen: [B] Ltd) te
[Z], Israël,
[X3] Ltd(voorheen: [C] Ltd) te
[Z], Israël,
[X4] B.V.(voorheen: [D] Holding B.V.) te
[Z],
[X5] B.V.(voorheen: [E] B.V.) te
[Z],
[X6] B.V.(voorheen: [F] B.V.) te
[Z], en
[X7] B.V.te
[Z](hierna tezamen: belanghebbenden), betreffende een ten aanzien van belanghebbenden gegeven beschikking als bedoeld in artikel 15, lid 8, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 op een verzoek als bedoeld in artikel 15, lid 1, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.