ECLI:NL:HR:2017:3131

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 december 2017
Publicatiedatum
14 december 2017
Zaaknummer
16/03427
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 138a.1 SrArt. 2.1 AwbiArt. 10 AwbiArt. 81.1 RO
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in zaak medeplegen kraken en binnentreden woning

De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte die werd veroordeeld voor medeplegen van kraken en het wederrechtelijk binnentreden van een woning. De verdachte voerde onder meer een bewijsklacht aan dat het binnendringen niet wederrechtelijk zou zijn volgens artikel 138a lid 1 Sr, en stelde dat bewijs moest worden uitgesloten omdat de politie geen machtiging had getoond bij het binnentreden.

De Hoge Raad heeft het beroep beoordeeld en geoordeeld dat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden. Daarbij werd overwogen dat het niet noodzakelijk was om de rechtsvragen nader te motiveren, omdat deze niet in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling waren. Tevens werd stilgestaan bij de rechten die een kraker aan de Awbi kan ontlenen, in samenhang met een andere zaak (16/03430).

Uiteindelijk werd het cassatieberoep verworpen en bleef het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 13 juni 2016 in stand. De uitspraak werd gedaan door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, tijdens een openbare terechtzitting.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor medeplegen kraken en wederrechtelijk binnentreden blijft in stand.

Uitspraak

19 december 2017
Strafkamer
nr. S 16/03427
AKA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 13 juni 2016, nummer 22/004081-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft W.H. Jebbink, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
19 december 2017.