Uitspraak
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
1.Het geding in feitelijke instantie
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van de middelen
4.Beslissing
15 december 2017.
Hoge Raad
In deze zaak vordert verweerder betaling van facturen die hij in september 2014 aan eiseres heeft toegezonden. Eiseres heeft deze facturen onbetaald gelaten en verweer gevoerd met een reconventionele vordering. De kantonrechter wees het verzoek van eiseres om pleidooi af met het oordeel dat een pleidooi niet gerechtvaardigd was en zou leiden tot onredelijke vertraging.
De Hoge Raad oordeelt dat het fundamentele beginsel van hoor en wederhoor is geschonden doordat de kantonrechter het verzoek om pleidooi zonder voldoende motivering heeft afgewezen. De motivering van de kantonrechter was onbegrijpelijk, omdat niet duidelijk werd waarom de volle omvang van de zaak niet aan de orde kon komen en waarom het pleidooi tot onredelijke vertraging zou leiden.
Daarom vernietigt de Hoge Raad zowel de rolbeslissing als het daarop voortbouwende vonnis van de rechtbank Noord-Holland en wijst de zaak terug voor verdere behandeling en beslissing. De proceskosten in cassatie worden gereserveerd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de afwijzing van het verzoek om pleidooi en verwijst de zaak terug naar de rechtbank voor verdere behandeling.